Werkgroepen

Op elk van deze drie domeinen heeft de raad een werkgroep gevormd waarin naast één of meerdere leden van de WMO-Raad deskundigen en (voor zover mogelijk) vertegenwoordigers van de doelgroepen zitting hebben. Deze werkgroepen houden voeling met de ontwikkelingen op hun gebied binnen en buiten de gemeente/BAR-samenwerking en bereiden (gevraagde en ongevraagde) adviezen aan het college voor. Deze adviezen worden vervolgens door de WMO-Raad besproken en aan het college aangeboden. Voor onderwerpen die meerdere of alle domeinen raken stelt de WMO-Raad zelf de adviezen op in samenspraak met de werkgroepen. Eventueel kunnen hiervoor ad-hoc-werkgroepen worden gevormd.

De werkgroepen bestaan uit  6-8 leden. Er zijn minimaal 2 leden ook lid van de WMO-raad.
 We streven naar een min of meer vaste groep mensen die expertise uit de achterbannen kan leveren, zo mogelijk geformeerd uit alle BAR gemeenten. De vergaderingen vinden ca. 6x per jaar plaats. Er wordt ook inzet gevraagd voor bijwonen gemeentelijke en andere inhoudelijke beleidsvoorbereidende vergaderingen, voor bijeenkomsten (met bijvoorbeeld cliëntenraden), bijscholing en bijdragen aan discussies die op het interne internetforum van de WMO-raad worden gevoerd.

Werkgroep Zorg & Ondersteuning

Gemeenten hebben in de nieuwe WMO een bredere verantwoordelijkheid voor de deelname van mensen met een beperking of psychische problematiek aan het maatschappelijke verkeer (participatie). Ook moeten zij een passende ondersteuning bieden waarmee mensen in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden (zelfredzaamheid). Mensen die voor hun begeleiding een beroep deden op de AWBZ, kunnen zich nu wenden tot de gemeente.

In de oude WMO stond de compensatieplicht centraal. Gemeenten zijn verplicht om mensen met een beperking of psychische problematiek te compenseren voor de beperkingen die zij ondervinden bij hun zelfredzaamheid en participatie. In de nieuwe WMO is de term ‘maatwerkvoorziening’ geïntroduceerd. De verplichting voor gemeenten om maatwerk te leveren is in de nieuwe wet ruimer geformuleerd dan de compensatieplicht. De maatwerkvoorziening is aanvullend op wat iemand zelf kan bijdragen. Gemeenten hebben in de nieuwe wet nog steeds een resultaatverplichting

De werkzaamheden van de werkgroep worden enerzijds bepaald door het gemeentelijk beleid. Anderzijds kan er vanuit de eigen kijk op onderwerpen advies gegeven worden.
 Globaal gaat het over de volgende onderdelen:

De werkgroep bestaat uit:

Werkgroep Participatie 

Het doel van de participatiewet is om meer mensen, ook mensen met een arbeidsbeperking, aan de slag te krijgen. De gemeente is verantwoordelijk geworden voor mensen met arbeidsvermogen die ondersteuning nodig hebben. De wet geeft de gemeenten een aantal instrumenten om te zorgen dat mensen met een arbeidsbeperking een plek op de arbeidsmarkt kunnen vinden. De belangrijkste zijn loonkostensubsidie en beschut werk. Gemeenten bepalen op basis van maatwerk wie voor welke vorm van ondersteuning in aanmerking komt.

De gemeente heeft voor de nieuwe doelgroep dezelfde taken als voor mensen met een bijstandsuitkering, namelijk om deze mensen ondersteuning te bieden gericht op arbeidsinschakeling en waar nodig, inkomensondersteuning. Gemeenten bepalen op basis van maatwerk wie voor welke vorm van ondersteuning in aanmerking komt.

De Participatiewet kan grote gevolgen hebben voor de burgers van onze gemeente. Er kan zelfs sprake zijn dat inwoners die momenteel wél meedoen onder het nieuwe beleid niet meer mee kunnen doen. Het doel van de werkgroep is tweeërlei. Enerzijds de beleidsmedewerkers voorzien van goede ideeën en actief meedenken in de beleidsvorming. Anderzijds voortdurend acteren als criticaster. De werkgroep wil steeds in beeld krijgen wat de gevolgen voor de burgers kan zijn, ook op langere termijn als de bezuinigingen zijn beslag krijgen. 

Welke inwoners betreft het? 
Concreet heeft de uitwerking en uitvoering van de participatiewet voor een zestal groepen in de samenleving veel gevolgen. Het gaat om:


De werkgroep bestaat uit: 

Werkgroep Jeugdhulp

Kinderen in Barendrecht moeten kansrijk en veilig kunnen opgroeien, hun talenten ontwikkelen en naar vermogen kunnen deelnemen aan de samenleving. 
Dit bij voorkeur binnen de warmte en geborgenheid van het eigen gezin.
 Waar gewenst of noodzakelijk zal Barendrecht op wijkniveau professionele hulp en ondersteuning bieden in samenwerking met school, huisarts en de familie in de directe omgeving van het kind. 

Met de nieuwe Jeugdwet moet voorkomen worden dat ouders en jeugdigen verdwalen in het systeem. Het nieuwe stelsel kent door één wettelijk kader en één financieringssysteem voor de jeugdzorg meer doelmatigheid. Door vermindering van regels en bureaucratie wordt integrale zorg bij meervoudige problematiek beter mogelijk.

De werkzaamheden van de werkgroep worden enerzijds bepaald door het gemeentelijk beleid. Anderzijds kan er vanuit de eigen kijk op onderwerpen advies gegeven worden.
 Globaal gaat het over de volgende onderdelen:

Aandachtspunten zijn onder andere:


De werkgroep bestaat uit: