Werkgroepen

Gemeenten zijn sinds 1 januari 2015 verantwoordelijk voor onderstaande onderdelen van het sociaal domein, te weten:  

Op elk van deze drie onderdelen heeft de raad een werkgroep gevormd waarin naast één of meerdere leden van de WMO-raad deskundigen en (voor zover mogelijk) vertegenwoordigers van de doelgroepen zitting hebben. Deze werkgroepen houden voeling met de ontwikkelingen op hun gebied binnen en buiten de gemeente/BAR-samenwerking en bereiden (gevraagde en ongevraagde) adviezen aan het college voor. Deze adviezen worden vervolgens door de WMO-raad besproken en aan het college aangeboden. Voor onderwerpen die meerdere of alle domeinen raken stelt de WMO-raad zelf de adviezen op in samenspraak met de werkgroepen. Eventueel kunnen hiervoor ad-hoc-werkgroepen worden gevormd. 

De werkgroepen bestaan uit 6-8 leden. Er zijn minimaal 2 leden ook lid van de WMO-raad. We streven naar een min of meer vaste groep mensen die expertise uit de achterbannen kan leveren, zo mogelijk geformeerd uit alle BAR-gemeenten. De vergaderingen vinden ca. 6x per jaar plaats. Er wordt ook inzet gevraagd voor bijwonen gemeentelijke en andere inhoudelijke beleidsvoorbereidende vergaderingen, voor bijeenkomsten (met bijvoorbeeld cliëntenraden), bijscholing en deelname aan interne discussies die binnen de WMO-raad actueel zijn. 

Werkgroep Zorg & Ondersteuning

Gemeenten hebben in de nieuwe WMO een bredere verantwoordelijkheid voor de deelname van mensen met een beperking of psychische problematiek aan het maatschappelijke verkeer (participatie). Ook moeten zij een passende ondersteuning bieden waarmee mensen in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden (zelfredzaamheid). Mensen die voor hun begeleiding een beroep deden op de AWBZ, kunnen zich nu wenden tot de gemeente.

In de oude WMO stond de compensatieplicht centraal. Gemeenten zijn verplicht om mensen met een beperking of psychische problematiek te compenseren voor de beperkingen die zij ondervinden bij hun zelfredzaamheid en participatie. In de nieuwe WMO is de term ‘maatwerkvoorziening’ geïntroduceerd. De verplichting voor gemeenten om maatwerk te leveren is in de nieuwe wet ruimer geformuleerd dan de compensatieplicht. De maatwerkvoorziening is aanvullend op wat iemand zelf kan bijdragen. Gemeenten hebben in de nieuwe wet nog steeds een resultaatverplichting

De werkzaamheden van de werkgroep worden enerzijds bepaald door het gemeentelijk beleid. Anderzijds kan er vanuit de eigen kijk op onderwerpen advies gegeven worden.
 Globaal gaat het over de volgende onderdelen:

De werkgroep bestaat uit:

Werkgroep Participatie 

De werkgroep Participatie bestaat uit betrokken burgers, professionele vertegenwoordigers van - en cliënten van de doelgroepen.  Het doel van de werkgroep is tweeërlei. Enerzijds de beleidsmedewerkers voorzien van goede ideeën en actief meedenken in de beleidsvorming. Anderzijds voortdurend acteren als criticaster. De werkgroep wil steeds in beeld krijgen wat de gevolgen voor de burgers kan zijn. 

Werkterrein.
Het doel van de participatiewet is om meer mensen, ook mensen met een arbeidsbeperking, aan de slag te krijgen. De gemeente is verantwoordelijk geworden voor mensen met arbeidsvermogen die ondersteuning nodig hebben. De wet geeft de gemeenten een aantal instrumenten om te zorgen dat mensen met een arbeidsbeperking een plek op de arbeidsmarkt kunnen vinden. 

De belangrijkste zijn loonkostensubsidie en beschut werk. De gemeente heeft voor de nieuwe doelgroep dezelfde taken als voor mensen met een bijstandsuitkering, namelijk om deze mensen ondersteuning te bieden gericht op arbeidsinschakeling en waar nodig, inkomensondersteuning. Gemeenten bepalen op basis van maatwerk wie voor welke vorm van ondersteuning in aanmerking komt.  

Welke inwoners betreft het?

Concreet heeft de uitwerking en uitvoering van de participatiewet voor een zestal groepen in de samenleving veel gevolgen. Het gaat om:


De werkgroep bestaat uit: 

Vanuit de BAR-organisatie fungeert Robert Ditvoorst als contactpersoon 

Werkgroep Jeugdhulp

De werkgroep Jeugd bestaat uit betrokken burgers met affiniteit en aandacht voor preventie, tijdige ondersteuning, integrale hulp, regionale aspecten, cliënten- en ouderparticipatie, (bijzonder) onderwijs, etc. 

Werkterrein
Kinderen in Barendrecht moeten kansrijk en veilig kunnen opgroeien, hun talenten ontwikkelen en naar vermogen kunnen deelnemen aan de samenleving. Dit bij voorkeur binnen de warmte en geborgenheid van het eigen gezin. Waar gewenst of noodzakelijk wordt op wijkniveau professionele hulp en ondersteuning geboden worden, in samenwerking met school, huisarts en de familie in de directe omgeving van het kind.  

In januari 2015 is de nieuwe wet Jeugdzorg ingegaan. Het doel van de nieuwe Jeugdwet is het jeugdstelstel eenvoudiger, efficiënter en effectiever maken met het uiteindelijke doel het versterken van de eigen kracht van de jongere en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin en de sociale omgeving. 

De gemeente is sinds de invoering van de nieuwe wet Jeugdzorg verantwoordelijk voor het adviseren over jeugdhulp, het bepalen van jeugdhulp, deskundige toeleiding naar jeugdhulp en het inzetten van de juiste hulp.  

De werkgroep is zich bewust van de noodzaak om de jeugdzorg efficiënter uit te voeren, maar wil bovenal benadrukken dat de kwaliteit van de geboden zorg niet in het geding mag komen. 

De jeugdzorg omvat een complex en zeer breed werkveld, dat vraagt om uiteenlopende vaardigheden en kennis van alle betrokkenen. Klik om te aan te passen

De privacy-gevoeligheid van cliëntgegevens staat hoog op de agenda. Als werkgroep benadrukken wij de noodzaak dat deze vaak gevoelige gegevens goed beheerd en beschermd dienen te worden. Niets is immers vervelender voor een cliënt om vast te moeten stellen dat er met privacy onzorgvuldig wordt omgegaan.

Globaal richt de aandacht van de werkgroep Jeugd zich op de volgende onderdelen: 

De werkzaamheden van de werkgroep Jeugd worden enerzijds bepaald door het gemeentelijk beleid. Anderzijds kan er vanuit de ‘eigen kijk op onderwerpen’ advies gegeven worden.  

Aandachtspunten zijn:


In het huidige college van B&W Barendrecht is wethouder Reshma Roopram sinds april 2018 verantwoordelijk voor de portefeuilles Zorg & Welzijn, Jeugd en Volksgezondheid. 

Vanuit de ambtelijke BAR-organisatie is Floreyne Hesper onder meer betrokken bij de ontwikkeling en jeugdhulpbeleid. Zij is de contactpersoon voor de werkgroep Jeugd. 

Daarnaast heeft de werkgroep contact met Arno Hogendoorn, Coördinator Welzijn & Zorg van de gemeente Barendrecht. Deze is, samen met zijn collega Carolien Leenhouts, onder meer belast met de aansturing van de vier wijkteams in Barendrecht. 

Samenstelling werkgroep: 

De werkgroep Jeugd Barendrecht bestaat momenteel uit 7 leden, te weten:
Marianne van Wilgenburg (voorzitter)
Herma Versluis (secretariaat)
Wim de Jonge (tevens lid WMO-raad)
Joyce Engelen (tevens lid WMO-raad)
Marijke Verhagen
Milène Groeneveld
Pauline Olbertz